merobe

Medard en Rosane Beernaert

tekstgrootte:   a   a   a

Terug naar de hoofdpagina van Buurtwijzer

Maak als vereniging uit Brugge hier gratis je eigen website!

Hier taan jullie ingestuurde moppen!!!

Marcel stelt zijn geboortedorp Damme aan jullie voor

Dansgroep in Zeebrugge

Robert Lalloo is verzot op 'zijn' Koolkerke

Voor de eerste maal naar de Filippijnen

   

Inleiding

“Wij maken grote reizen om dingen te zien waarop wij in onze woonplaats geen acht slaan.” schreef Plinius, Romeins staatsman en auteur (23-76 na Chr.)  van o.a. de encyclopedie Naturalis Historia en die tijdens de uitbarsting van de Vesuvius om het leven kwam. Deze wijsheid leek me zeker van toepassing  toen ik in de zomer van 1997 vijf weken door de wind en een sterke geestdrift over de Filippijnen zweefde. Na enkele jaren geleden al geproefd te hebben van Zuid-China, Hong-Kong en recent nog Brazilië, Paraguay en Argentinië werd een wel heel vruchtbare en straks bijna 2 jaar durende correspondentie met een charmante collega Engels van een Filippijnse middelbare school bezegeld met een uitnodiging tot een verblijf in en kennismaking met de gastvrijheid van de Filippino’s in het zuiden van het eiland Mindanao, nl. in het dorpje Padada, op enkele honderden km van de grootstad Davao. De bijzonder lange heenreis (meer dan 22 uur vliegen met enkele ‘stops’) die ik als een kluizenaar maakte, bleek op zich al een verademing. Een heel schooljaar ben je met van alles bezig - zeker zinnige dingen, begrijp me niet verkeerd - maar deze lange zielsreis zou me vooral afstand laten nemen van het dagdagelijkse, het banale soms. Het zou mijn blik laten richten op het essentiële, dat veel meer is dan alleen maar het geordende. 

                           Een heerlijke vliegreis 

Geladen met wat aardse dingen in Samsonite-tassen, die nu ook al niet meer zo Vlaams zijn, vertrok ik om 5 u. ‘s ochtends in Zaventem naar Parijs waar verwaande, norse Parijzenaars op Charles de Gaulle blijkbaar de xenofobische epidemie à la façon Le Pen dienden tentoon te spreiden. Een zoekgeraakte Zweedse jongedame wordt bij navraag van haar vlucht aan haar lot overgelaten. Niet dat ik een zwak voor het Zweedse blond had, maar ik ontfermde me over haar en de wachttijd voor de vlucht met Singapore Airlines naar Singapore werd overbrugd. Dat Singapore Airlines zijn 50ste verjaardag vierde, bleek extra duidelijk toen we met Aziatische gastvrijheid en een naar rozen geurend heet stoomdoekje met een aanstekelijke glimlach aan boord werden verwelkomd. We hadden een reisje van 14 uur voor de boeg over Wenen, Istamboel, de Zwarte Zee, Tiblisi, Baku, de Kaspische Zee, Teheran, Kabul, Tibet, het Himalayagebergte, Delhi, Karachi, Varanasi, Calcutta, de Baai van Bengalen, Bangkok, Penang, Kuala Lumpur tot ten slotte Singapore, goed voor zowat 11 000 km. Aan boord kan je als melomaan genieten van 20 muziekkanalen met voor elk genre het neusje van de zalm.  De Amerikaanse jazz-zangeres Diana Krall, John Pizarelli, het orkest van Duke Ellington  en onze mondschaaf-virtuoos Toots Thielemans overgieten de flink van paprika’s voorziene kip en rijst met een swingende saus van gember en curry, achternagezeten door een goede masala-tea, een combinatie van Chinese-Thaise theebloempjes, met de smaak die het midden houdt tussen de English Pudding Tea en Darjeeling. Maar daarover kunnen de heer en mevrouw Paul Vandille-Callant van het koffie- en theehuis Brazila te Knokke, je meer vertellen. Ik slaap in op Mendelssohns Auf Flügeln des Gesanges en Rubinsteins Melodie in F alhoewel ik in mijn dromen al de duizenden Filippijnse eilanden voor mij zie en ik mij laat verleiden door Gerswhins Summertime.

 De aankomst op de Filippijnen

 Van Singapore gaat het nog eens enkele uren en 5000 km met een tussenlanding in het Filippijnse Cebu richting eindbestemming Davao, waar de familie van mijn vriendin Leah mij rond halfacht - dan is het al flink donker - komt ophalen. Mijn bagage laat lang op zich wachten. Buiten is het broeikas-heet en de tomaat in mij zegt vooral alles traag te doen.
De ontmoeting met de Filippijnse familie van Leah Gallego verloopt overhartelijk en het zo nodige ijs breekt meteen. Ik haal mijn beste Engels boven - wat hebben die jaren van mevr. Tobback, mevr. Vandeghinste en mevr. Mortier op het St.-Jozefslyceum in Knokke-Heist toch exotische vruchten afgeworpen. De Filippijnen mag dan wel het land van de glimlach genoemd worden, armoede in de grootsteden is bijzonder groot. Enkele kinderen komen naar mij toegelopen en vragen enkele Peso’s, snoep, rijst of … schoolgerei ! Het contrast echter tussen het optimisme en de hoop enerzijds en de hele lage lonen met een grote werkloosheid anderzijds is werkelijk heel groot te noemen (ongeveer 38 % is werkloos, er is geen sociale tegemoetkoming en een beperkte gezondheidszorg). Het gemiddeld maandinkomen van een leraar bedraagt er ongeveer 4 000 BEF, terwijl een politieagent iets meer verdient. Om aan de basisbehoeften te voldoen, heeft een gezin van 6 zowat 6 000 Peso’s nodig (een 5 500 BEF). Ongeveer 2/3 van de bevolking leeft van visvangst en landbouw (rijst, kokos, bananen, ananas, bloemen, o.a. de wereldberoemde orchideeën).

 Onderdompeling in de Filippijnse cultuur: een openbaring

 Met mijn correspondentievriendin bezocht ik kleine dorpjes rond Padada, o.a. het met rijstvelden betoverend mooie Hagonoy waar ik met de rijstboeren de plakkerige rijst soms driemaal per dag proefde.
Er leven zowat 65 miljoen Filippino’s, waarvan een 6 miljoen nog behoren tot de kleine etnische groepen, mensen die nog behoren tot prehistorische stammen en wiens levenswijze in reservaten wordt beschermd. Zo heb je de Badjao op de Sulu-eilanden ten zuiden van Mindanao die op boten rond koraalriffen wonen, de Ifugao met hun uitgestrekte rijstterrassen in het noorden die tot de natuurwonderen van de wereld behoren, ook de Tasaday, die in het tropische regenwoud van Cotabato op Mindanao leven, vooral gekend door hun groot bijgeloof en animisme.
De vriendelijke familie Gallego liet me in alle traagheid kennismaken met Filippijnse specialiteiten. De Oosterse keuken is mij natuurlijk helemaal niet vreemd maar authentiek en onvervalst Filippijns eten (zonder tegemoetkomingen aan de Westerse smaak) was voor mij toch een première. Een greep uit de eetcultuur : barillis met atsara (soort verse tonijn met slierten onrijpe papaya, soort zuurkool, heel lekker) of de kleine loempia’s met soja- en zoetzure saus en een paar druppeltjes sap van lemoentjes, de noedelsoep mami met kip, de pancit (soort heel fijne spaghetti met garnalen, gehakt, pepertjes, sla), de lichtgegrilde haringen met heerlijke kruiden of in het zuur geweekt, de bangus. Overheerlijk blijft natuurlijk het tropisch fruit : de zoete mango, de ananas, de saging (kleine banaantjes waar ook het huisaapje van de familie Gallego, Djurdjur genaamd, verzot op is !). De meest eigenaardige vrucht die ik at, was toch wel de durian met zijn geweldig stinkende geur, eenmaal die geopend werd. Vliegtuigmaatschappijen verbieden de vracht van deze vrucht en laten ze niet toe in de handbagage vanwege de stank. De stekelige vrucht bestaat uit 4 heerlijke witte en heel zoete vruchtdelen. Filippino’s zeggen er het volgende over : de vrucht stinkt als de hel maar smaakt naar de hemel !

 Ontmoeting met enkele plaatselijke scholen

 Na enkele dagen had ik echt mijn draai gevonden bij de familie van Leah Gallego en lieten Benjamin en Taissy, Leahs ouders, samen met haar zussen Mary-Jane, Irene, Ivy en haar broer Ronaldo, mij kennismaken met de plaatselijke lagere en middelbare scholen die in juli al weer les hadden (de grote vakantie loopt van april tot mei). De leerlingen, in eenvoudig uniform, begroetten mij al rechtstaand met de gebruikelijke woorden : “Welcome, visitor !”. We zingen samen Taizé-liederen en er komt nogal wat uit de stemmen van meestal 40 tot zelfs soms 60 leerlingen per klas ! De kinderen en studenten zijn heel enthousiast over hun school. Op de Filippijnen bezocht ik een gemeenschapsschool en twee katholieke middelbare scholen. Zo b.v. de Saint-Michaels-school van de Zusters van de Presentatie aan Maria, een wereldwijde congregatie die zijn hoofdklooster in Frankrijk heeft en het St.-Franciscus-Xaveriusinstituut (opleiding priester, middelbare school en seminarie, 90 % van de Filipppino’s is praktizerend katholiek met veel roepingen). St.-Franciscus Xaverius is trouwens een heel belangrijke figuur in Azië, vermits hij er in de 16de eeuw als jong Spaans priester missioneerde. Hij is de grondlegger van de missionarissen en is bij ons vooral gekend door de Broeders Xaverianen (de frères) die er hun naam aan danken. Op de school van St.-Michaels maakte ik ‘s morgens omstreeks 7 u. 30 de begroeting van de leerlingen aan de Filippijnse vlag mee, een soort parade, waarbij alle kinderen trouw beloven en zich sterk maken om hard te werken voor hun studies, de school en het respect voor hun leerkrachten en medeleerlingen, gevolgd door een ochtendgebed, samenzang en een lezing uit de bijbel. De ontmoeting met de jonge zuster-directrice en het heel opvallend lachende jonge leerkrachtenteam verloopt losjes en ik word getrakteerd op een rijstcakeje met… inderdaad een Coca Cola. De directeur van de plaatselijke bottelfabriek steunt de school financieel.

 Invloed van de Amerikanen

 De veramerikanisering is dan ook troef op de Filippijnen. De tv-commercials onderbreken om de 5 minuten elk programma dat weinig interessants biedt dan slijmerige Amerikaanse series. De nieuwsberichten duren nog geen 2 minuten waarbij ABC toch wel het grote voorbeeld is van die zogenaamde Amerikaanse droom. Maar goed, mijn collega Leah, ziet die commercials allang niet meer en af en toe geniet ze toch van een boeiende film of reportage en ik laat me overhalen om wat Tagalog te leren, de nationale taal op de Filippijnen. De Filippino’s begroette ik dan ook steevast met “Mabugay !” (hallo) of “Magandang Umaga !” (goede morgen), “Salamat !” (dank je) of “Kumusta Ka ?” (hoe gaat het met je ?). Er wordt met mijn taalperikelen gelachen.

 Het parochiaal leven: alles draait rond de kerk

 Voor de zondagsmis, die om 6 u. 30 (in de morgen !) begint, sta ik al op rond 5 u. De St.-Michaelskerk zit nokvol en iedereen zingt de stukken van het bepleisterd plafond. De witte hond van de twee jonge priesters, gaat gewoon mee in de processie met de misdienaars. De dienst duurt een uur en een kwartier en bij het buitengaan, begroet iedereen elkaar, wordt er lang gekletst, een San Miguel-biertje gedronken, bloemen worden verkocht en de baby krijgt vlug nog even de papfles. Met hét openbare vervoermiddel bij uitstek, de tricycle (soort motorfiets waar normaal 3 mensen mee kunnen maar vaak wordt ook het dak als ‘passagiersruimte’ gebruikt) die je voor pakweg 8 BEF over een afstand van 20 km brengt op … vaak hobbelige en stofferige wegen. De karretjes zijn weelderig voorzien van heiligenafbeeldingen. Ik besefte dat onze regelmatige uitstapjes naar het vissersdorpje Piape bijna dagelijks bezegeld zouden worden met langdurige plonspartijen in het tropische water. Je wordt er opnieuw gedoopt, je wordt even voyeur en je registreert haarfijn de schaterlachende Filippina’s die  zo uit de Tuin van Eden zijn geplukt.

 Enkele minder fraaie kantjes

 

  De Filippijnen mag dan een prachtig, natuurrijk en vriendelijk glimlachend land zijn, van respect voor het milieu hebben ze zeker geen kaas gegeten en één van de grote taken van de huidige regering Ramos (wanneer dit nummer van Schakel verschijnt zijn de nieuwe presidentsverkiezingen achter de rug en is Ramos’ opvolger bekend)  is dan ook de zorg voor milieu en gezondheid. Overal zie ik op de onverharde binnenwegen zwerfvuil, zowat 75 % van de Filippijnen is al ontbost, een kleine 10 % van de koraalriffen is nog niet vervuild, heel wat viswater is overbevist en 1/10 zou zelfs biologisch dood zijn.

 De geschiedenis in een notendop

 De Filippijnen, die zowat uit 7 000 eilanden bestaan (waarvan zo’n 2 000 bewoond zijn en Mindanao het 2de grootste na Luzon is) kent nochtans een kleurrijke, maar ook bewogen geschiedenis, wat voor mij ook een boeiend aanknopingspunt was. Al voor 5 000 voor Chr. bestond er een immigratie van Chinezen, boeddhisten en hindoes uit Sumatra en Java. Rond 1380 arriveerde de Arabier Makdum op de Filippijnse Sulu-eilanden die de Islam propageerde. De Portugese zeevaarder Ferdinand Magelhaes, in dienst van Spanje, zou op 16 maart 1521 een kruis plaatsen op Cebu, de oudste stad. De Spaanse overheersing bracht een oorlog teweeg met de plaatselijke strijder Lapu Lapu, waarin Magelhaes uiteindelijk de dood vond. Pas in 1543 kreeg de eilandengroep de naam Filippijnen, genoemd naar Filips II, koning van Spanje. De Spanjaarden veroverden in 1571 Manilla (huidige hoofdstad met 12 miljoen mensen) en later het hele gebied. De Spanjaarden sloegen ook de andere geïnteresseerde landen Mexico, Nederland, Portugal en China van zich af. Groot-Brittannië regeerde ook een 7-tal jaren vanaf 1762 waarna Spanje opnieuw de plak zwaaide, vandaar de vele Spaanse namen. Heel wat Filippino’s wensten echter de onafhankelijkheid. Eén van de grondleggers van de Filippijnse liga, José Rizal, werd in 1896 geëxecuteerd. Vanaf 1898 zouden de Amerikanen o.a. met de V.S.-president Roosevelt de Filippijnen op de onafhankelijkheid voorbereiden. In 1946 werd de droom van Rizal waar en werd de republiek uitgeroepen met roemrijke presidenten o.a. Magsaysay, Garcia, Marcos (wiens buitenlandse rijkdommen in 1998 aan het land worden teruggeven), Cory Aquino, Fidel Ramos. In mei 1998 gaat men na 6 jaar andermaal naar de stembus en bij het verschijnen van deze Schakel is al een nieuwe president bekend.  

  Het afscheid en plannen voor de komende jaren

 Ik maak me sterk en neem afscheid van de familie waarmee ik bijna 5 weken verbleef. Vele dorpjes gaan opnieuw door mijn gedachten aan mij voorbij, vele mensen gaven mij hun naam, hun handdruk, hun aanstekelijke glimlach. Weer wacht mij een reis van meer dan 20 u. In de luchthaven van Cebu moet ik honderduit kletsen met de postmeester en zijn beambte van het kleine postkantoortje die ik bij de heenreis leerde kennen. Een lange rij wachtenden moet nog langer wachten en ik moet binnen komen om een thee te drinken en te vertellen wat ik van hun land vindt. Ik besef dat ik nog mijn kaartjes moet frankeren en hoe ik ook protesteer tegen zoveel nederigheid, zij willen beslist de postzegels op de kleurrijke kaarten kleven. Stel je voor ! Je bent er te gast en je mag dan ook niets doen. Ik neem afscheid, betaal mijn luchthaventaks en zwaai naar de essentie van het leven, vriendschap en tederheid.  Komende zomer ga ik met diezelfde Geest, Roeach andermaal naar de Filippijnen. Van 11 juli tot 16 augustus wordt het dan een blij weerzien met op het programma o.a. ook een bezoek aan de hoofdstad Manilla in het noorden. Daar bezoeken we o.a. de 2 projecten die het St.-Jozefslyceum vorig schooljaar (1996-’97) voor zowat 75 000 BEF financieel steunde via Broederlijk Delen. In Metro Manilla hebben we een ontmoeting met Vanessa C. Torremocha van de Stichting Virlanie die zich met een 10-tal scholen en huizen ook ontfermt over zowat 220 straatkinderen. Ze krijgen er medische hulp, onderdak, onderwijs en kunnen er een beroep aanleren. In een recente brief schrijft ze : “Het doet deugd om kinderen opnieuw te zien genieten van hun kinder- en jeugdjaren die hen bijna waren ontnomen in het geweld van de straat. We brengen hen weer respect op voor zichzelf. We leren hen ook omgaan met vrijheid. Tot ze bij ons kwamen, kenden de meeste kinderen niets anders dan angst.” We brengen ook de pastorale werking van het bisdom Baguio een bezoekje die we via Monique Ingelbrecht van Missio steunden. De Kerk schrikt er in Baguio niet voor terug haar leden op te roepen hun politieke verplichtingen te vervullen in de geest van het evangelie, vandaar de vele christelijke basisgemeenschappen met een grote inbreng van de jeugd die heel vaak samenkomt.

 Epiloog: reizen om een betere mens te worden?

Om op de Romein Plinius terug te komen. Na zo’n reis vol met indrukken en ook tastbare herinneringen, ben je een stuk veranderd. Ik heb geleerd om eens niet te rennen, geduld op te brengen, te ontsnappen aan prestatie, consumptie, trager te eten en te drinken. Om collega Jan Charles te parafraseren in zijn vorig jaar verschenen bijdrage over zijn pelgrimstocht naar Santiago : “Je hebt alles wat je wil en toch mis je iets heel diep. Soms raak je verloren in al het uiterlijke, je leeft in rollen en patronen.” Welnu, ook deze reis laat me nu dingen zien die ik vroeger minder of niet zag. De bruine huid van de Filippino’s en Filippina’s, de plakkerige rijst, de frisse San Miguel-pint, de geestdriftige zang in het parochiekerkje, de glimlach van de schoolkinderen, het eeuwig groene gras, de bakken regen die naar beneden durven komen, de sierlijke kris en intense zuiverheid van Singapore, de zachte handdruk van de stille douanebeambte, het diepe geloof van de Filippijnse bevolking. De Franse dichter Alphonse de Lamartine (1790-1869)  schreef naast vele meditatieve gedichten ooit : “Alleen hij is een volledig mens, die veel gereisd heeft én die de vorm van zijn gedachten en van zijn leven twintigmaal veranderd heeft.”

 Dominiek Segaert (1997 – lichtjes herwerkt 2007)