merobe

Medard en Rosane Beernaert

tekstgrootte:   a   a   a

Terug naar de hoofdpagina van Buurtwijzer

Maak als vereniging uit Brugge hier gratis je eigen website!

kunst

lieve

Carolien vertelt over haar leven en reizen

Het postkantoor

Of : hoe op de Filippijnen een loopje met de tijd wordt genomen  

Op een doordeweekse Filippijnse zomerdag – met een gemiddelde dagtemperatuur van om en bij de 38 graden met een steeds glimlachende zon – nemen we de jeepney naar het pittoreske en laidback postkantoortje in Digos dicht bij de Filippijnse metropool Davao. Zoals steeds zaten we als sardienen in een te nauw blikje met een chauffeur die alle tijd van de wereld heeft. Telkens wanneer een passagier met zijn ring tegen het dak klopt of gewoonweg even fluit, houdt het meest geliefde voertuig van de Zuid-Aziatische archipel halt. Het komt zelfs voor dat een bejaarde dame vraagt om terug even achteruit te rijden omdat de chauffeur… iets te ver was gereden van haar gevraagde halte ! 
De rit vervolgt langs een opvallend goed aangelegde weg waar de bananen- en ananas of –mangoplantages je zoet aanstaren. Zonder de aanstekelijke glimlach én liedjes van de rijstveldbewerkers te vergeten. 
Hoe de tijd zonder een werkend horloge beleefd wordt, zit haarfijn in de filosofie van onze chauffeur. Even houdt hij halt. Niemand stapt uit. Hij kijkt naar links, naar rechts, kruist heel traag de weg naar de overkant, zoekt een boom of struik uit… en ja hoor, hij maakt een plasje. Als je zoveel uren achter je stuur aanzit, da’s wel eens nodig. Al even traag wandelt hij terug naar zijn jeepney, maar hij stapt nog niet in… Minuten gaan voorbij en hij haalt een pakje sigaretten tevoorzijn met de toch wel veelzeggende naam « Hope » (« the largest selling luxury cigaret » - natuurlijk uit de Verenigde Staten, wat dacht je), zoekt een lucifertje, neemt enkele trekjes en… hij kijkt naar de staalblauwe hemel, stapt in en besluit nu toch maar zijn rit verder te zetten. Niemand in de jeepney maakt ook maar enig bezwaar van vertraging of werkonwilligheid. De hele jeepney kletst er op los en stelt ook aan ons de gekste vragen. 
We stappen uit in Digos en betalen 16 pesos voor ons beidjes. Even kijk ik op de klok : het is kwart voor twaalf, dus nog tijd zat om postzegels in het postkantoortje te kopen. Of wat had je gedacht ? 
Niemand in het postkantoor. Er hangt een wel erg bijzondere stilte in de met brieven, kranten en pakjes gevulde ruimte. Even roep ik « Ayo » (we zijn hier, volk !) en er komt een schaterlachende jongeman naar ons die ons er op attent maakt dat het kantoor tot 1 uur gesloten is, wegens… lunch. « Maar het is nog maar kwart voor twaalf ! » voeg ik er grappend aan toe, wijzend op mijn klok die ik altijd goed opwind ‘s morgens (nog een familiestuk van mijn grootouders). Hij wijst naar de grote klok in het kantoor… waar de tijd inmiddels al… 12u. 20 aangeeft ! Dus meer dan een half uur later ! Dit hou je niet voor mogelijk ! Al gewoon aan het « don’t-make-yourself-nervous-ritme » (stress ? no thanks !) grapt de postbediende dat er mij niemand van postzegels kan voorzien, daar… iedereen… slaapt… Salvatore – zo zullen we onze redder noemen – loodst ons ondertussen naar de catacomben van het postkantoor waar inderdaad enkele postbeambtes grollen en Filippijnse zzzzz’s laten weerklinken (the postman always rings twice). Ik proest het uit en de man begint mij allerlei vragen te stellen, die zo intiem zijn dat er in België prompt klacht zou neergelegd worden wegens schending van de privacy en andere toestanden. Samen met mijn echtgenote beantwoorden wij alle vragen en dringen toch even aan om voor ons een uitzondering te maken om ons toch maar te voorzien van een heel stapeltje postzegels. Ach… geen probleem. « I’m the postmanager ! You are my guest ! » En we stappen heel vereerd zijn kantoor binnen dat hij deelt met nog een drietal andere beambtes. Blijkt dat hij ons met plezier van de nodige postzegels wil voorzien. Ondertussen komt zijn hond ons goeiedag zeggen en krijgen we ook nog bezoek van twee zwarte poezen. De mascottes van het postkantoor. Of we geen tupperwäre moeten hebben ? Zin om enkele nootjes te kopen ? O… maar eerst de postzegels… We krijgen de keuze tussen tientallen onderwerpen in alle formaten en kleuren. Wat een service ! Waar moeten die zegels op ? Geef hier die kaartjes ! De postbeambten beginnen naarstig onze kaarten te beplakken en op onze vraag stempelen ze alles netjes af. Het wordt broeierig heet… De postmeester geeft toe dat zijn personeel de klok wat… doorgedraaid heeft om… vroeger aan de lunch te kunnen beginnen. Plots stelt hij vast dat het uurwerk is stilgevallen en er staat een file mensen te wachten. Nog steeds geen loketten open… Da’s niet erg, maakt hij ons duidelijk. « You are our guests ! » En dat kunnen alle mensen buiten zeker horen… Ze luisteren mee, giechelen, maar protesteren zeker niet… Ik besluit om even naar buiten te gaan en enkele flesjes fris bier en geroosterde pinda’s te halen. Ik plaats ze op de bamboetafel en vraag enkele glazen. 
Een ritueel van onvoorwaardelijke service aan elke klant, ontspint zich voor ons. De slapende postbeambtes verrijzen en we laten hen meedrinken. We dringen aan om de lange rij wachtenden toch maar te helpen, het zijn toch hun « kababayan » (vrienden-landgenoten). O ja, de postbeambte die zichzelf « dispatcher » noemt (iemand die de poststukken in de juiste postzakken sorteert), neemt alle stukken op, stapt er fier mee naar buiten en… gooit ze allemaal als relikwieën in de postbus (« buzon »). Ik vraag waarom hij dat doet. Da’s toch niet efficiënt. Sorteer ze meteen. Neen, hij protesteert. « It is my responsibility to take the post out of the buzon. » Post kan dus onmogelijk gesorteerd worden als die post niet ooit een hele tijd in een postbus heeft gelegen. Wat een heerlijke logica ! De aankoop van postzegels voor kaartjes in Europa, Filippijnen en enkele diplomatieke stukken voor de Belgische Ambassade in Manila heeft welgeteld een volledig uur geduurd. Een uur dat echter maar een seconde leek. Het feest van onthaasting en je glimlachend, of beter schaterlachend, tegemoet komen, is te vlug over. Hier onttrok zich het wonder van « niet zagen (pinten vragen) maar intens genieten van traagheid ». De klok kreeg men wonder boven wonder niet meer aan het werk… Er diende een ernstige klokkenmaker bij gehaald te worden. De enige echte klok die er werkt, is de klok van de zon. Dag, postman ! En wij traag naar de kapper… Bij « Christ, the barber » liet ik mijn 'weelderige' haardos knippen en kreeg er de verzekering dat alles snel zou teruggroeien. Eenmaal buiten gekomen, schaarden we ons naar de bus die ons naar Davao, zowat 70 km verder zou brengen. De bus vertrekt niet voordat hij nokvol zit. Een lege bus vertrekt er nooit… of wat had je gedacht… Anderhalf uur later stappen we uit… Het is schemerdonker geworden… Een knaap roept of ik geen gekookt ei wil kopen ? Of snoep ? Because « the candyman is everywhere, Sir ! » Een jeepney brengt ons naar de aanlegsteiger van Samal Island waar Yoyo en Rey ons op een bootje naar het eiland brengen. Geen sjieke bedoening, maar een plek waar alleen eenvoud en rust troeven zijn. Na een tiental minuutjes varen, monsteren we aan op het eiland, trappen in stevig zand naar onze nippa hut en zien bijna de zon ondergaan… De enige klok die werkt. Rico speelt op zijn saxofoon zijn ongedwongen versie van Toots Thielemans’ Bluesette. Maar blue voel ik me allesbehalve. Eerder mellow, yellow, sunny. De tijd kabbelt in het tropische water rustig verder. Welke dag zijn we vandaag ? What a difference a day makes, zong Dinah Washington ooit. Het zijn de mensen die het verschil maken. En onze luisterbereidheid. 
 

Dominiek Segaert

Knokke

leraar

Knight Commander of Rizal